Nieuwe echogeleide priktechniek van aders verbetert spectaculair het slagingspercentage
Dr. Rick van Loon sprak over een door hem ontwikkelde nieuwe techniek voor het aanprikken van een bloedvat: in één keer raak met echografie.
Iedereen zal wel eens een aderprik ondergaan, de een vaker dan de ander. Vooral als je hemochromatose hebt, is het soms wekelijks raak, tenminste als dat prikken goed. Als je niet gezegend bent met “makkelijke” aders, kan de gang naar het laboratorium of naar de dagbehandeling een hele last zijn, zodat je de bui al weer ziet aankomen: prikken, missen, zoeken naar het bloedvat, met pijnlijke blauwe plekken als herinnering aan deze marteling.
Dr. van Loon is anesthesiemedewerker van het Catharina Ziekenhuis in Eindhoven. Hij vond dat het mogelijk moest zijn om het aanprikken van bloedvaten trefzekerder te maken en hij heeft een techniek ontwikkeld die het slagingspercentage van het aanprikken van een ader sterk verbetert. Op 24 september 2021 promoveerde hij aan de TU Eindhoven op dit onderwerp. Hieronder zal meer uitleg gegeven worden over zijn echogeleide prikmethode.
Niet iedere poging tot het inbrengen van een infuuskatheter is succesvol Ondanks het routinematige karakter is niet elke poging tot het inbrengen van een infuuskatheter c.q. aderprikken succesvol. Het is een terugkerend probleem op de werkvloer van een ziekenhuis: het misprikken van infuusnaalden. In 19 % van de gevallen lukt het de eerste keer niet om een infuus aan te brengen, omdat de patiënten zogenoemde ‘moeilijke aders’ hebben.
Dr. van Loon toonde in zijn onderzoek aan dat met behulp van echografie het percentage van misprikken kan worden teruggebracht tot 7 %. Indicaties voor het aderprikken of aanbrengen van een infuuskatheter zijn: toedienen van infuusvloeistoffen, afname van bloed voor onderzoek, toedienen van antibiotica of noodmedicatie en het starten van algehele anesthesie. Met de doelmatige inzet van aanvullende technologie zoals echogeleid prikken kan er als het ware onder de huid van de arm worden gekeken en kunnen aders die met het blote oog onzichtbaar zijn, worden opgespoord. Aders worden dan zichtbaar op de monitor van de echografieapparatuur, waardoor een infuusnaald gericht naar de ader kan worden gestuurd. Verdere factoren voor succes zijn ervaring, getraindheid van zorgverleners en de selectie van patiënten met een verhoogd risico.
Om te bepalen of een patiënt makkelijk of moeilijk te prikken is, ontwikkelde dr. Rick van Loon eerst een model om vooraf het individuele risicoprofiel van elke patiënt vast te kunnen stellen: het Adult Difficult Intravenous Access (A-DIVA) model, vrij vertaald ‘volwassenen met toegankelijke aders’. Met de A-DIVA schaal worden patiënten ingedeeld op basis van hun individuele risico op misprikken. Risicofactoren voor het misprikken zijn: voorgeschiedenis van misprikken, geen ader zichtbaar, geen ader voelbaar, de zorgverlener verwacht mis te prikken en aders kleiner dan 3 mm.
Volgens dr. van Loon onderscheiden we drie categorieën: laag (score 0 of 1); gemiddeld (score 2 of 3); en hoog risicopatiënten (score 4 of 5). Met name in die laatste groep is het slagingspercentage van het prikken tijdens de eerste poging laag, slechts 6 %.
Dr. van Loon heeft goed nieuws voor de patiëntengroep met een hoge A-DIVA score van 4 of 5: door zijn aanpak is het slagingspercentage spectaculair gestegen van 6 naar 94 %.
Specifieke training
Als blijkt dat een patiënt op basis van A-DIVA score moeilijk te prikken is, kan er in het ziekenhuis gevraagd worden naar een anesthesiemedewerker of verpleegkundige die opgeleid is in het echogeleid aderprikken. Daarom ontwikkelde dr. van Loon met succes een specifieke training voor anesthesiemedewerkers en verpleegkundigen om echografie bij het prikken te kunnen toepassen.
Uit zijn onderzoek blijkt dat na 34 gesuperviseerde echogeleide procedures de deelnemers in staat zijn om in meer dan 90 % van de gevallen de eerste prikpoging succesvol te laten zijn.
Afsluiting
Dr. van Loon hoopt dat zijn onderzoek ertoe bijdraagt dat het misprikken van patiënten steeds minder vaak voorkomt. Honderd procent zal niet gehaald worden, maar elke verbetering op dit vlak is van grote meerwaarde voor de patiënt.
Bron: van Loon, F. H. J. (2021). Difficult peripheral intravenous cannulation: decision-based application of point-of-care ultrasound to increase cannulation success. [Phd Thesis 2 (Research NOT TU/e / Graduation TU/e), Electrical Engineering]. Technische Universiteit Eindhoven.
Raymond Mertens

