Hoe maak je een betere herinnering aan een (medische) behandeling?

Gebruik maken van het verrassende ‘piek-eindeffect’

Introductie

Mensen met hemochromatose moeten soms vervelende behandelingen ondergaan. Als je moeilijk aan te prikken aderen hebt, zie je elke keer dat je moet aderlaten de bui al weer hangen. Op den duur kan prikangst, een veel voorkomend verschijnsel, het gevolg zijn (1). Daarnaast kun je tijdens het aderlaten duizelig of misselijk worden, en stressreacties ervaren zoals zweten of een verhoogde hartslag. Je kunt bang worden om flauw te vallen. Op den duur kun je dan flink tegen de behandeling gaan opzien. Is daar iets aan te doen? Jazeker, en een goede mogelijkheid komt uit onverwachte hoek: gebruik maken van de werking van ons geheugen. Redactielid en psycholoog Frans Hoogeveen bespreekt de mogelijkheden die het zogenaamde ‘piek-eindeffect’ ons biedt. 

Het geheugen

De werking van het menselijk geheugen is complex en buitengewoon boeiend. De Groningse hoogleraar Douwe Draaisma, die in Nederland de geuzentitel ‘de geheugenprofessor’ draagt, heeft daar prachtige boeken over geschreven. Boeken met aansprekende titels als ‘Waarom het leven sneller gaat als je ouder wordt’ (een verzameling essays over de werking van het geheugen), ‘Vergeetboek’ (over het hoe en waarom van vergeten), ‘De heimweefabriek’ (over geheugen, tijd en ouderdom) en ‘Als mijn geheugen me niet bedriegt’ (over de betrouwbaarheid van het geheugen). In het laatstgenoemde boek (2) bespreekt hij onder meer het onderzoek van de beroemde psycholoog en Nobelprijswinner Daniël Kahneman.

Het ‘piek-eindeffect’

Redelmeier en Kahneman (3) voerden begin jaren 1990 een studie uit naar beleefde pijn versus herinnerde pijn tijdens een medisch onderzoek. Bij een coloscopie (een kijkonderzoek van de darm). wordt een scoop ingebracht via het rectum en daarna door (een deel van) het darmstelsel geleid. Op deze wijze kunnen poliepen of tumoren worden opgespoord. De 154 patiënten die deelnamen aan het onderzoek kregen een apparaatje in de hand waarin ze om de minuut hun pijnbeleving moesten scoren op een schaal van ‘geen pijn’ tot ‘extreem veel pijn’. Ondanks pijnstillers was die pijn aanzienlijk: vier op de tien mensen gaven op enig moment het maximum van de schaal aan. Na afloop van de coloscopie werd de patiënten gevraagd op een schaal van nul tot tien aan te geven hoeveel pijn ze hadden gehad. Er bleken twee factoren te zijn die bepaalden hoe de pijn herinnerd werd: de piek in de pijnbeleving en de laatste paar minuten van het onderzoek. Samen vormen deze twee het ‘piek-eindeffect’.

De verrassing van deze uitkomsten zit hem in de ontbrekende factor. De duur van de coloscopie varieerde van 4 minuten tot meer dan een uur. Maar hoe lang mensen pijn hadden maakte nauwelijks verschil voor hoe ze zich de ingreep nog geen uur later herinnerden! Of patiënten nu tien, twintig of veertig minuten pijn hadden gehad viel weg tegen de invloed van de pijn tijdens de piek en het slot.

Dit effect kan verstrekkende gevolgen hebben. Zo zullen patiënten in hun beslissing om al dan niet voor herhalingsonderzoek of periodieke controles te verschijnen hun herinnering aan de ingreep mee laten wegen. Dat bracht Kahneman tot een vervolgexperiment (4), opnieuw met coloscopie, maar ditmaal met een gemanipuleerd slot. De ene helft van een kleine 700 patiënten onderging een gangbare coloscopie. Als de arts klaar was ging de scoop eruit en was het onderzoek voorbij. De andere helft onderging dezelfde coloscopie, maar nu liet de arts aan het eind van het onderzoek de scoop nog drie minuten zitten. De medewerkers bleven erbij staan, maakten aantekeningen, keken nog eens naar de monitor, maar deden niets meer met de scoop. De scoop in het rectum voelde nog steeds onaangenaam, maar niet heel pijnlijk, gemiddeld 1,7 op een schaal van nul tot tien, tegenover 2,5 bij de laatste 3 minuten van de gangbare coloscopie. De verlenging van de ingreep met drie niet al te belastende minuten veranderde uiteraard niets in de ervaren piek in pijnbeleving, de echte coloscopie was immers al achter de rug. Wat wel enigszins toenam was de totale hoeveelheid geleden pijn (gedurende de extra 3 minuten). Toch werd de ‘verlengde’ coloscopie als minder onaangenaam herinnerd en gaf deze vijf jaar later ook een hoger opkomstpercentage na een oproep voor een herhaling van de coloscopie!

Afzonderlijk en in combinatie zijn piek- en eindeffecten inmiddels in tientallen studies onderzocht. Het negeren van de duur ten gunste van het slot van een ervaring is herkenbaar in alledaagse situaties. Het lange gelukkige huwelijk dat uitloopt op een vechtscheiding. De succesvolle loopbaan die eindigt met een gedwongen vertrek. Met terugwerkende kracht wordt in deze gevallen een langdurige goede periode ‘vergeten’ en overheerst de herinnering aan het nare slot. Of omgekeerd: de vervoerende toegift na een matig concert, of het plotselinge en nauwelijks meer verwachte succes na jaren van ploeteren. De langdurige ellende die vooraf ging aan het mooie einde speelt dan nauwelijks meer een rol in de uiteindelijke positieve herinnering.

Het slotgedeelte van een ervaring speelt ook in tal van andere hulp- en zorgverleningssituaties een rol. Draaisma (5): ‘Een van de implicaties vind ik dat als je een gesprek aangaat, of een therapeutisch contact, je heel goed moet nadenken over welke onderwerpen ter sprake komen, en vooral in welke volgorde. Als je bijvoorbeeld wilt dat iemand zich na een functioneringsgesprek gestimuleerd voelt, dan moet het gesprek een ander einde kennen dan als je wilt bereiken dat sommige dingen niet meer gebeuren. Dat geldt ook voor sollicitatiegesprekken. Vaak eindigen die met: “Zou u nog iets willen bespreken dat nog niet aan de orde is geweest?” Daar moet je als sollicitant dan heel goed over hebben nagedacht, want dat is jouw kans om de herinnering van de werkgever aan het gesprek te sturen. Wat je aan het eind zegt en welke indruk je op dat moment maakt is belangrijk! Ook in de (medische) zorg en behandeling is dit eindeffect relevant. In welke volgorde zet je de handelingen? Ik heb daar een keer met tandartsen over gesproken. En die zeiden: ‘In zekere zin doen we dat al automatisch. Je begint met boren en je eindigt met het polijsten van de tanden. Daar neem je dan nog even goed de tijd voor, en dat is dan ook de slotemotie’. Denk daar als behandelaar dus zorgvuldig over na en zorg ervoor dat het laatste gedeelte van de behandeling door de patiënt zo positief als mogelijk is kan worden ervaren!’

Relevant bij hemochromatose?

Ook mensen met hemochromatose kunnen voordeel ondervinden van het piek-eindeffect. Kahneman toonde aan dat de piek van de ervaren pijn een belangrijke rol speelt in de herinnering aan de behandeling. Als bekend is bij welke (deel)handeling de kans op een piek van de pijn het grootst is (bijvoorbeeld tijdens het inbrengen van de naald of het zoeken met de naald naar een ader), zou een plaatselijke verdoving voorafgaande aan dat moment wellicht soelaas kunnen bieden. De piek van de pijn wordt dan lager en de herinnering aan de totale behandeling gunstiger, met minder angst voor de behandeling in de toekomst tot mogelijk gevolg. Tegelijk is het van belang dat het slot van de behandeling zo prettig mogelijk is. Zo zouden behandelaren er goed aan doen tijdens het slot van de behandeling een vriendelijk en belangstellend praatje met de patiënt te maken, of mooie muziek aan te zetten, en hem direct daarna een goede kop koffie met iets lekkers erbij aan te bieden. En er zijn vast nog andere creatieve mogelijkheden te bedenken, ook door de patiënt zelf!

In geen geval mag de piek van de pijn of ander ongemak aan het einde van de behandeling liggen. Want dat spoort niet met de werking van ons geheugen! Laat u dit maar eens aan uw behandelaars weten. Of geef hun het artikel dat u zojuist las!

Frans Hoogeveen

Bronnen:

  • Huis in ’t Veld (2019). Onderzoek naar prikangst. IJzerwijzer, 4, 14-15.
  • Draaisma, D. (2016). Als mijn geheugen mij niet bedriegt. Groningen: Historische Uitgeverij.
  • Redelmeier, D. & Kahneman, D. (1996). ‘Patients’ memories of painful medical treatments; real-time and retrospective evaluations of two minimally invasive procedures. Pain, 66, 3-8.
  • Redelmeier, D., Katz, J. & Kahneman, D. (2003). Memories of colonscopy; a randomized trial. Pain, 104, 187-194.
  • Hoogeveen, F. & Draaisma, D. (2023). ‘Er zijn altijd dingen te bedenken’ Denkbeeld, vakblad over dementie, in druk.

Mis geen update

Vier keer per jaar sturen wij een nieuwsbrief met de nieuwtjes rondom Hemochromatose (ijzerstapeling).